Omgaan met overgangsverschijnselen

Als je last krijgt van de overgang, kan je er niks aan doen. Het is ook erg verstandig om hiermee te leren omgaan. Dan kan doen door je aan te passen. Er zijn manieren die ervoor zorgen dat deze klachten minder worden. Er zijn bepaalde voedingsmiddelen die ervoor zorgen dat deze klachten minder worden. Ze zorgen dat je ademhaling goed wordt en dat je rustiger wordt. Door deze manieren toe te passen kan je makkelijker omgaan met je klachten. Het eten wat je eet kan zo bepalend zijn dat het goed is voor je overgang.




Voorbeelden van voedingstoffen
Er zijn veel voedingstoffen die je helpen bij je probleem. Er zijn natuurlijk ook voedingstoffen die je klachten er maken dat het is. Voeding stoffen die je klachten verminderen zijn: koffie, pittige gerechten, zuivelproducten, thee, suiker, witte meelproducten, frisdranken, hoge eiwitinname, conserveringsmiddelen, rood vlees, varkensvlees chemicaliën.

Naast voeding je klachten vermindert, heb heel veel voedingstoffen die het erger maken dan het is. Deze voedingstoffen kunnen onaangename gevolgen hebben voor jou. Dat zijn voeding stoffen zoals linzen, erwten, tofu en sojabonen. Dit zijn allemaal peulvruchten die erg slecht voor je zijn. ver zijn zaden heel slecht voor en vis. Ondanks dat vis erg gezond is, is het niet heel erg goed voor je tijdens de overgang. Ook eten met granen erin zoals haver, tarwe, gerst, rogge, en volkorenmeel meel zijn meestal niet goed voor je.

Ademhaling
Een goede ademhaling is erg belangrijk naast je voeding. Je moet altijd ervoor zorgen dat je ademhaling goed is. Dat vermindert de klachten. Een goed ademhaling is sleutelbeenademhaling, middenrifademhaling of buikademhaling. Je kunt ontspanningsoefeningen doen of ademhalingsoefeningen om dit te trainen. Op deze manier kun je voorkomen dat je overgangsklachten minder worden.

Fases van de overgang
Veel vrouwen worden na hun 50ste pas onvruchtbaar. Er zijn enkele vrouwen die hier al eerder mee te maken kringen. Er zijn verschillende fases die een vrouw mee maakt tijdens de overgang. Het kan zo zijn de eerste fase erg vroeg is, terwijl andere fases later pas ontstaan. Hoe snel de fases gaan, heeft te maken met je genen. Elke persoon is anders. Het is wel zo dat de overgang maar 3 verschillende fases heeft. En elke fase heeft bepaalde verschijnselen die je krijgt. Er zijn echter vrouwen die erg lang in de eerste fase blijven zitten, terwijl andere dat bij de laatste 2 fases dat hebben.

De eerste fase
De eerste fase heet Pre-menopauze en is een fase die voor je laatste menstruatie plaats vind. In deze fase heb je te maken dat je hormonen anders zijn dan normaal. Ze zullen ook steeds meer veranderen. Het kan zo zijn dat je heel veel bloed verliest. Dat is soms het geval. En je verliest ook nog meer dan normaal. Daarnaast duurt je menstruatie langer dan gemiddeld, maar het kan ook het tegenover gestelde zijn. Er zijn vrouwen die korter ongesteld zijn en veel minder bloed verliezen dan ze het normaal verliezen.

De tweede pauze
Menopauze is de tweede fase. Het is je laatste menstruatie. De menopauze duurt maar een dag. Dat is veel korter dan de andere twee fases. Als je 1 jaar lang niet ongesteld bent geweest, weet je zeker dat je deze fase hebt gehad.

De laatste fase
De laatste fase heet postmenopauze. Dit begint na je laatste menstruatie. Je eierstokken maken nu geen hormonen meer aan. In deze fase heb je vak de meeste verschijnsel die naar buiten komen. Je lichaam en je geest moeten wennen aan je nieuwe situatie. En er wordt gezocht naar een evenwicht.




Andere interessante artikelen